Waterdruk van de cv-ketel te hoog
Een cv-installatie hoort in koude toestand rond de 1,5 bar te staan en bij opwarming een paar tienden op te lopen. Loopt de druk ver door richting de 3 bar, dan is er bijna nooit te veel water bijgevuld maar kan het water bij uitzetting nergens heen — en dat wijst naar het expansievat. Water aftappen helpt dan een dag en lost niets op.
Door Ömer Yildiz, Installateur en eigenaar
De test die het in twee aflezingen uitwijst
Alles draait om het VERSCHIL tussen koud en warm, niet om de absolute waarde. Eén aflezing zegt namelijk niets: elke installatie staat warm hoger dan koud.
Lees de manometer af als de verwarming een paar uur uit is geweest, en noteer de waarde. Zet de verwarming daarna een uur stevig aan en lees opnieuw af.
Een verschil van ruwweg twee tot vier tienden bar is normaal — dat is water dat uitzet en door het expansievat wordt opgevangen. Loopt de druk van 1,5 naar 2,8 of 3 bar, dan wordt die uitzetting niet opgevangen. En staat hij koud juist te laag terwijl hij warm te hoog staat, dan is dat de combinatie die er alleen bij een defect expansievat is.
Wat een expansievat doet en hoe het faalt
Een cv-installatie is een gesloten systeem. Water zet uit als het warm wordt en heeft dus ruimte nodig; die ruimte zit in het expansievat, een stalen vat met daarin een rubberen membraan en aan de andere kant lucht onder druk.
Er zijn twee manieren waarop dat stukgaat. De voordruk kan weglopen: dan zit er te weinig lucht in en is er te weinig veerruimte. Of het membraan scheurt: dan loopt het vat vol water en is er helemaal geen ruimte meer.
In beide gevallen gebeurt hetzelfde. Het water zet uit, kan nergens heen, de druk loopt op tot het overstortventiel opengaat, en dan verlaat er water het systeem. Dat ventiel loost op een afvoer of naar buiten — je ziet er niets van.
Daarna koelt de installatie af, het water krimpt, en nu is er te weinig water in het systeem. Dus staat de druk 's ochtends koud te laag. Vul je bij, dan begint dezelfde ronde opnieuw, alleen een stukje hoger.
Waarom aftappen de verkeerde reflex is
De voor de hand liggende reactie op een te hoge druk is water aftappen bij een radiatorontluchter. Dat werkt, één keer, en precies daarom houdt het mensen maandenlang bezig.
Als de oorzaak het expansievat is, heb je met aftappen alleen de hoeveelheid water verkleind. De uitzetting kan nog steeds nergens heen; hij begint alleen vanaf een lager punt. De volgende koude ochtend staat de druk te laag, je vult bij, en de cyclus herhaalt.
Er zit bovendien een prijskaartje aan dat je niet ziet. Elke bijvulbeurt brengt vers leidingwater met opgeloste zuurstof en kalk in een gesloten systeem: zuurstof geeft corrosie in radiatoren en leidingen, kalk slaat neer op de warmtewisselaar van de ketel.
Aftappen is dus zinvol als je écht te veel hebt bijgevuld — dat gebeurt, meestal doordat de vulkraan niet goed dicht is gegaan. Maar dan is de druk ook koud te hoog, en niet alleen warm.
Het overstortventiel: het water dat je nooit ziet
Het overstortventiel is de veiligheid van je installatie en staat meestal ingesteld rond de 3 bar. Gaat de druk daaroverheen, dan laat het water weg voordat er iets kapotgaat.
Dat is precies waarom een expansieprobleem zo lang onopgemerkt blijft. Er is geen vochtplek, geen druppel, geen spoor in de woning — het water gaat rechtstreeks een afvoer in of naar buiten.
Wie op zoek gaat naar een lekkage in de vloer terwijl dit de oorzaak is, zoekt op de verkeerde plek. Vandaar dat de koud-warm-test vóór elk ander onderzoek komt: hij scheidt in twee minuten een ingreep bij de ketel van breekwerk.
Wat je zelf kunt en waar het ophoudt
Zelf doen: de manometer aflezen, koud en warm, en het verloop een paar dagen noteren. Controleren of de vulkraan echt dicht staat — een vulslang die er nog aan hangt met een kraantje dat niet helemaal dicht is, vult de installatie langzaam bij zonder dat iemand het merkt. En kijken of er water uit de overstortleiding komt, als die zichtbaar uitmondt.
Wat daarna komt niet. De voordruk van een expansievat controleren of bijvullen gebeurt met een drukloos systeem, en een defect membraan betekent vervangen. Artikel 6.45 van het Besluit bouwwerken leefomgeving wijst werkzaamheden aan een gebouwgebonden gasverbrandingstoestel en de bijbehorende voorzieningen toe aan een certificaathouder; bij een intern expansievat kom je daar direct aan.
Let op. Blijf niet aftappen en bijvullen om een installatie werkend te houden. Dat vult het systeem met zuurstof en kalk, en het maskeert een defect dat er onder blijft zitten.
Vragen die we hierover vaak krijgen
Wat is een normale waterdruk voor een cv-ketel?
In koude toestand ergens tussen 1 en 2 bar, meestal rond de 1,5. Bij opwarming mag hij een paar tienden oplopen. Wat de juiste waarde voor jouw installatie is, staat op het typeplaatje of in de handleiding van je toestel — bij een woning met meerdere verdiepingen ligt hij vaak iets hoger.
De druk loopt naar 3 bar als de verwarming aanslaat.
Dat is te veel, en het wijst vrijwel altijd op het expansievat. Het water zet uit en kan nergens heen, dus loopt de druk op tot het overstortventiel opengaat. Staat de druk koud juist te laag, dan is dat de bevestiging: er is water via de overstort weggegaan tijdens het opwarmen.
Moet ik water aftappen als de druk te hoog is?
Alleen als de druk ook in koude toestand te hoog staat — dan is er echt te veel bijgevuld. Is hij koud goed en warm te hoog, dan verandert aftappen niets aan de oorzaak: de uitzetting kan nog steeds nergens heen. Dan verplaats je het probleem één cyclus verder.
Er komt water uit een leiding buiten aan de gevel.
Dat is waarschijnlijk je overstortventiel dat naar buiten loost, en dat is een sterk signaal dat de druk te ver oploopt. Het ventiel doet zijn werk; de vraag is waarom het moet werken. Noteer de waterdruk koud en warm, dan is de oorzaak meestal meteen duidelijk.
Kan ik het expansievat zelf bijvullen?
Dat gebeurt met een drukloos systeem en de juiste voordruk voor jouw installatie, en bij een intern vat kom je aan het toestel. Artikel 6.45 van het Besluit bouwwerken leefomgeving wijst werkzaamheden aan een gasverbrandingstoestel en bijbehorende voorzieningen toe aan een certificaathouder. Aflezen en noteren mag je wel — en dat scheelt ons de halve diagnose.
Waar dit op gebaseerd is
De volgende werkzaamheden aan een gebouwgebonden gasverbrandingstoestel en bijbehorende voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas worden verricht door een certificaathouder.
Geraadpleegd op
Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB)Openbaar register certificaathouders CO
Geraadpleegd op
Verder gebaseerd op
- De juiste waterdruk en de voordruk van het expansievat verschillen per installatie; raadpleeg het typeplaatje of de handleiding van jouw toestel.
Kom je er niet uit?
Bel even. Vaak is aan de telefoon al duidelijk wat er speelt.
