Cv-ketel · Landsmeer en omgeving

Rookgasafvoer en CLV-systemen

De rookgasafvoer is het onderdeel waar de meeste mensen pas over nadenken als hun nieuwe ketel er niet op mag. Bij een individuele afvoer bepalen lengte, bochten en materiaal welke toestellen toegestaan zijn; bij een collectief kanaal in een flat — een CLV-systeem — bepaalt het kanaal dat voor alle woningen die erop afvoeren. Dat uitzoeken kost tien minuten en voorkomt een verkeerde bestelling.

Wat een CLV-systeem is, en waarom het je keuze beperkt

CLV staat voor combinatieluchttoevoer- en verbrandingsgasafvoersysteem. In een portiekflat of galerijcomplex voeren meerdere woningen hun rookgassen af via één gedeeld kanaal, en halen ze via datzelfde kanaal hun verbrandingslucht.

Dat is efficiënt en het scheelt tientallen losse doorvoeren in een gevel. Het heeft één gevolg dat bewoners regelmatig verrast: het kanaal is gedimensioneerd op een bepaald aantal toestellen van een bepaald type. Een toestel dat daar niet op is toegelaten, verstoort de werking voor het hele blok en niet alleen voor die ene woning.

Daarom is de toestelkeuze bij een CLV niet vrij. Niet omdat een VvE moeilijk doet, maar omdat het kanaal een technische grens stelt.

Waar het misgaat: de ketel is al besteld

Het patroon is bijna altijd hetzelfde. Iemand vergelijkt online prijzen, bestelt een toestel, en ontdekt bij de installatie dat het niet op het kanaal mag. Dan is het toestel al betaald en staat de verwarming inmiddels uit.

De volgorde die dat voorkomt is eenvoudig. Eerst uitzoeken of je op een collectief kanaal zit — dat zie je meestal aan de opstelling: één kanaal waar meerdere leidingen op samenkomen, of een aansluiting die het gebouw in gaat in plaats van naar een eigen gevel- of dakdoorvoer. Daarna bij de VvE of de beheerder navragen welke toestellen zijn toegelaten. Pas daarna bestellen.

Stuur ons anders een foto van de opstelling. Dan zeggen we voordat je iets koopt of het een individuele afvoer of een collectief kanaal is.

De wet noemt de afvoer expliciet

Dit is het punt dat de meeste bewoners en een deel van de markt over het hoofd ziet. Artikel 6.45 van het Besluit bouwwerken leefomgeving gaat niet alleen over het toestel maar óók over de voorzieningen eromheen. De wettekst noemt de werkzaamheden aan een gebouwgebonden gasverbrandingstoestel “en bijbehorende voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas”, en bepaalt dat die door een certificaathouder worden verricht.

Werk aan een rookgasafvoer valt dus onder dezelfde certificaatplicht als werk aan de ketel zelf. Voor een VvE-bestuur betekent dat concreet dat je kunt nakijken of het bedrijf dat je inschakelt daadwerkelijk certificaathouder is. Dat register is openbaar en doorzoekbaar op bedrijfsnaam en plaats.

Individuele afvoer: lengte, bochten en materiaal

Heb je geen collectief kanaal maar een eigen afvoer, dan gelden er andere grenzen. Elke fabrikant geeft per toestel een maximale equivalente lengte op — de werkelijke lengte plus een opslag per bocht, want een bocht kost meer weerstand dan een recht stuk.

Dat is de reden dat een ketel die op de begane grond probleemloos werkt, op zolder met dezelfde afvoerlengte in storing kan gaan: er zitten twee bochten meer in.

Het materiaal telt ook. Een HR-ketel geeft veel lagere rookgastemperaturen en veel condens; een oud gemetseld kanaal dat voor een VR-toestel was gemaakt, is daar niet op berekend en kan van binnenuit aangetast raken. Bij een vervanging is het bestaande kanaal daarom een van de eerste dingen waar we naar kijken.

Wie is eigenaar van het kanaal

Bij een individuele afvoer is die van jou, samen met de woning. Bij een collectief kanaal is het bijna altijd van de VvE, want het loopt door gemeenschappelijk gedeelte en dient meerdere woningen.

Dat onderscheid bepaalt wie de opdracht mag geven. Een individuele bewoner die belt over een collectief kanaal is niet de opdrachtgever, ook al merkt hij het probleem als eerste. De opdracht moet dan van het bestuur of de beheerder komen.

Wat er precies bij het gemeenschappelijk gedeelte hoort, staat in het splitsingsreglement van jouw VvE, en dat gaat voor op wat gebruikelijk is. Weet je het niet zeker, leg de situatie dan voor voordat er iemand langskomt.

Waarom er een buis in een buis zit

Kijk je naar de afvoer van een moderne ketel, dan zie je één pijp. Er zitten er twee in elkaar, en dat verklaart een aantal dingen die anders willekeurig lijken.

Dit heet een concentrisch systeem. Door de binnenste buis gaan de rookgassen naar buiten; door de ruimte daaromheen komt de verbrandingslucht naar binnen. Het toestel haalt zijn lucht dus van buiten en niet uit de ruimte waarin het hangt — dat is wat een gesloten toestel gesloten maakt.

Daar volgen twee dingen uit. Het eerste is dat de opstelruimte geen extra ventilatie-eisen heeft zoals bij een open toestel, wat verklaart waarom een moderne ketel in een dichte kast mag hangen en een oude niet.

Het tweede is dat de warme rookgas de koude inkomende lucht voorverwarmt, gewoon doordat ze langs elkaar lopen. Dat is een klein rendementsvoordeel dat je gratis krijgt.

Bij een CLV-systeem werkt hetzelfde principe op gebouwschaal: één gedeeld kanaal met een afvoer- en een toevoerdeel, waar meerdere woningen op aangesloten zijn. Vandaar dat een toestel dat niet op dat kanaal is toegelaten niet alleen zichzelf maar het hele blok kan verstoren — het deelt zowel de afvoer als de luchttoevoer met de buren.

Condens: de afvoer moet water aankunnen

Een HR-ketel heet HR omdat hij de waterdamp in de rookgassen laat condenseren en de warmte die daarbij vrijkomt terugwint. Dat rendement heeft een fysiek gevolg: er ontstaat water in de afvoer, en dat moet weg.

Dat water is bovendien licht zuur. Een afvoerkanaal dat voor een oud VR-toestel is gemaakt — vaak gemetseld, en gebouwd voor hete, droge rookgassen — is daar niet op berekend en kan van binnenuit worden aangetast.

Daarom is bij een vervanging het bestaande kanaal een van de eerste dingen waar we naar kijken. In de praktijk wordt er dan een geschikte binnenvoering aangebracht, maar of dat kan hangt af van de doorsnede en de staat van het kanaal — en dat is niet van buitenaf te zien.

Er is ook een kant die je zelf kunt controleren: de condensafvoer van het toestel zelf. Die heeft afschot nodig naar een afvoer die het aankan, en er zit een sifon in die niet droog mag komen te staan. Een ketel die onverklaarbaar in storing gaat na een lange periode zonder stoken — een zomer bijvoorbeeld — heeft soms gewoon een drooggevallen condenssifon.

Wat er bij een CLV misgaat voor het hele blok

Een gedeeld kanaal is een gedeeld systeem, en dat betekent dat een fout bij één woning bij een ander merkbaar wordt. Dat is het lastigste aan dit soort storingen: de melding komt zelden van het adres waar de oorzaak zit.

Het klassieke geval is recirculatie. Wordt er een toestel aangesloten dat het kanaal te zwaar belast, of raakt het kanaal vervuild, dan kunnen rookgassen van de ene woning bij de luchttoevoer van de andere terechtkomen. Het toestel dat die lucht binnenhaalt, krijgt zuurstofarme lucht en gaat slechter verbranden — en dat is de route waarlangs koolmonoxide ontstaat.

Het tweede geval is eenvoudiger en komt vaker voor: te veel toestellen op een kanaal dat daar niet op is gedimensioneerd, bijvoorbeeld doordat er in de loop der jaren woningen zijn bijgesplitst of toestellen zijn vervangen door zwaardere.

Beide gevallen hebben één ding gemeen: ze zijn niet op te lossen op woningniveau. De opdracht moet van de VvE komen, en het kanaal hoort als geheel beoordeeld te worden. Een monteur die alleen naar één toestel kijkt, kan het probleem niet eens zien.

Wat een VvE-bestuur het beste vastlegt

De meeste ellende rond CLV-systemen ontstaat doordat bewoners niet weten wat er mag. Dat is met één document op te lossen.

Leg vast welk type kanaal er ligt en welke toestellen daarop zijn toegelaten, en communiceer dat actief naar de bewoners — niet alleen op verzoek. Dan koopt niemand meer een toestel dat er niet op mag, en dat scheelt verbouwingen die achteraf ongedaan gemaakt moeten worden.

Leg daarnaast vast wie het kanaal onderhoudt en met welke frequentie. Het kanaal is gemeenschappelijk, dus het onderhoud ervan is een VvE-verantwoordelijkheid — en het is precies het onderdeel dat vergeten wordt omdat niemand het ziet.

En leg vast dat werk aan het kanaal door een certificaathouder gebeurt. Dat is geen keuze maar een eis uit artikel 6.45 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, en het register waarin dat te controleren is, is openbaar. Voor een bestuur is dat de goedkoopste vorm van zorgvuldigheid die er is: één zoekopdracht op bedrijfsnaam en plaats.

Vragen die we hierover vaak krijgen

Hoe weet ik of ik op een collectief kanaal zit?

Kijk naar waar de afvoer van je ketel naartoe gaat. Loopt hij naar een eigen doorvoer in de gevel of het dak, dan heb je een individuele afvoer. Gaat hij het gebouw in, naar een kanaal waar ook andere leidingen op samenkomen, dan zit je waarschijnlijk op een CLV. Stuur een foto van de opstelling, dan zeggen we het je.

Waarom mag mijn nieuwe ketel niet op het kanaal?

Omdat een collectief kanaal is gedimensioneerd op een bepaald aantal toestellen van een bepaald type, en alleen daarop toegelaten toestellen de werking voor het hele blok intact laten. Het is dus geen regel van de VvE maar een technische grens van het kanaal. Welke toestellen zijn toegelaten, weet de VvE of de beheerder.

Mag een willekeurige installateur aan de afvoer werken?

Nee. Artikel 6.45 van het Besluit bouwwerken leefomgeving noemt naast het gasverbrandingstoestel expliciet de voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas, en bepaalt dat die werkzaamheden door een certificaathouder worden verricht. Het register van certificaathouders is openbaar, dus dat is na te kijken.

Wij zijn een VvE. Waar beginnen we?

Met twee dingen: welk type kanaal er ligt en welke toestellen erop zijn toegelaten. Zodra dat vastligt, kun je het als bestuur communiceren naar de bewoners, en dan koopt niemand meer een toestel dat er niet op mag. Leg de situatie voor met het aantal woningen erbij, dan hoor je wat we kunnen doen.

Mijn oude schoorsteen — kan daar een HR-ketel op?

Niet zonder te kijken. Een HR-toestel geeft lagere rookgastemperaturen en veel meer condens dan het VR-toestel waar zo'n gemetseld kanaal meestal voor gemaakt is. Dat kan het kanaal van binnenuit aantasten. In de praktijk wordt er dan een geschikte binnenvoering aangebracht, maar of dat kan hangt af van de doorsnede en de staat van het kanaal.

Ook onder cv-ketel

Waar dit op gebaseerd is

  1. Overheid.nlBesluit bouwwerken leefomgeving, artikel 6.45 — werkzaamheden aan verbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en rookgasafvoervoorzieningen

    De volgende werkzaamheden aan een gebouwgebonden gasverbrandingstoestel en bijbehorende voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas worden verricht door een certificaathouder.

    Geraadpleegd op

  2. Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB)Openbaar register certificaathouders CO

    Geraadpleegd op

Laatst bijgewerkt op

Liever even overleggen?

Bel, dan hoor je meteen of we je kunnen helpen.

Stuur een appjeWhatsApp ons