± 21 km vanaf Landsmeer

Cv-ketel in Krommenie: waarom het Zaanse onderzoek juist hier begon

Krommenie is een van de twee Zaanse gebieden waar het onderzoek naar aardgasvrij daadwerkelijk loopt, en de reden dat het hier begon gaat níét over losse cv-ketels. De gemeente noemt drie aanleidingen, en de eerste is: “Er zijn relatief veel woningen met gezamenlijke verwarming (blokverwarming).” Het onderliggende document uit 2021 telt er 900. Voor de ruwweg 7.420 Krommenieër adressen met een eigen toestel in de eigen meterkast verandert er daarmee voorlopig niets. Voor wie in zo’n collectief verwarmd complex woont, staat er in datzelfde document één zin die letterlijk over het vervangen van ketels gaat — en die staat verderop op deze pagina.

Krommenie in cijfers, voor deze vraag

Woningvoorraad en verwarming in Krommenie
KerngetalWaarde
Woningen8.150
Op aardgas91%
Op een warmtenet0%
Appartementen37%
Vanaf Landsmeer± 21 km

Woningvoorraad 2025. Rijafstand is een schatting.

Bron: AlleCijfers.nl (op basis van CBS), Cijfers per woonplaats en gemeente. Geraadpleegd .

Waarom het onderzoek juist hier begon

Op de projectpagina Aardgasvrij Krommenie geeft de gemeente drie redenen, en het loont om te lezen waar ze over gaan.

De eerste: “Er zijn relatief veel woningen met gezamenlijke verwarming (blokverwarming).” Met daarachter: “Deze woningen zijn over het algemeen makkelijker aardgasvrij te maken dan woningen met eigen cv-ketels.”

De tweede gaat over bronnen: “Er zijn duurzame warmtebronnen in de buurt.”

De derde over eigendom: “Parteon bezit meer dan 3.500 woningen in Krommenie. Dat maakt het makkelijker om samen in één keer een groot deel van de wijk aan te pakken.”

Alle drie draaien om schaal en om gedeeld eigendom. Geen van drieën gaat over de losse ketel van een eigenaar-bewoner. Dat is geen detail maar de kern van wat deze pagina te melden heeft: Krommenie staat vooraan in de Zaanse warmtetransitie om redenen die voor het merendeel van de 8.150 woningen hier niet gelden.

Dat het onderzoek loopt, betekent dus niet dat er iets op jouw meterkast afkomt. Het betekent dat er in dit deel van Zaanstad complexen staan waarmee een collectieve oplossing rekenkundig uit kan.

Vier buurtnamen, en een gearceerde rand eromheen

Het document waar dat allemaal op teruggaat is de Transitievisie Warmte Zaanstad van juni 2021. Paragraaf 4.3.3 heet “Zaanstad-Noord: Krommenie en Wormerveer” en zet er direct onder vier buurten neer: Snuiverbuurt, Rosariumbuurt, Noorderham en Zuiderham.

Staat jouw straat daar niet bij, dan ben je daarmee niet automatisch buitenspel. Het document zegt namelijk: “Het omliggende gebied is gearceerd aangeduid, omdat er in dit gebied per gebouw of per straat gekeken kan worden of het vastgoed mogelijk ook kan aansluiten op dit net.”

Per gebouw of per straat. Dat is een fijnere korrel dan waarop dit soort plannen meestal wordt besproken, en het verklaart waarom je van twee buren twee verschillende verhalen kunt horen.

In de opsomming waarom dit gebied kansrijk heet, staat verder één regel die zuiver over infrastructuur gaat: “Gasnet van Liander is relatief oud in de Snuiverbuurt.” Ook dat is een reden die met jouw toestel niets te maken heeft. Een oud gasnet is een argument om werkzaamheden te combineren, niet een uitspraak over de ketels die eraan hangen.

Negenhonderd woningen die nu al collectief op gas zitten

Het getal dat de hele Krommenieër paragraaf draagt is 900. In het kenmerkenblokje staat: 900 woningen hebben collectieve warmtevoorziening op gas. En verderop: “De 900 bestaande collectief verwarmde woningen, in bezit van Parteon, hebben dus voldoende schaalgrootte voor de ontwikkeling van een lokaal warmtenet.”

Waar die woningen staan, zegt het document er ook bij: “Met name in het centrale gebied van Krommenie staan veel complexen met een collectieve gasgestookte warmtevoorziening.”

Collectief verwarmd wil zeggen: geen ketel in de woning, maar een gezamenlijke installatie voor het hele complex, en in de woning een afgifte-unit. Twijfel je of dat bij jou zo is, dan is de meterkast de snelste toets — een eigen gasmeter voor verwarming betekent een eigen toestel.

En wat er met die 900 zou moeten gebeuren staat er onomwonden: “De bestaande verouderde collectieve warmtevoorziening zal gemoderniseerd moeten worden en er zullen een aantal isolatiemaatregelen genomen moeten worden op de panden geschikt te maken voor het verwarmen op 70°C.”

Dat is werk aan gebouwen en aan een gezamenlijke installatie. Het is de opdrachtgever van het complex die daarover gaat, niet de bewoner.

De zin over ketels vervangen die er zelf in staat

Ergens halverwege datzelfde document staat een zin die je op een installatiesite zelden tegenkomt, en die tegen ons werk in gaat. Hij staat er toch, want je hoort hem liever van ons dan dat je hem later ergens anders leest.

“Om desinvesteringen te voorkomen is het dus vaak niet verstandig om complexmatig individuele ketels te vervangen (“verketelen”).”

Lees precies wat er staat: COMPLEXMATIG. De zin gaat over eigenaren van hele complexen — woningcorporaties en VvE’s — die overwegen om in één keer in tien, twintig of vijftig woningen een individuele ketel te hangen. In de aanloopzin daarvoor is de doelgroep expliciet: woningeigenaren, waaronder woningcorporaties en VvE’s.

De zin gaat níét over de eigenaar-bewoner met één toestel dat het begeeft. Dat onderscheid is het verschil tussen een investeringsbesluit over een gebouw en een reparatiebesluit over een winter.

Zit je in een VvE die hierover praat, dan is dit de zin om op tafel te leggen vóórdat er een offerte voor twintig toestellen ligt. Wij plaatsen die toestellen, en we zeggen er eerlijk bij dat er in het gemeentelijke document een argument staat om dat niet complexmatig te doen.

Twee documenten die niet hetzelfde zeggen over aardwarmte

Bij de tweede reden op de projectpagina — er zijn duurzame warmtebronnen in de buurt — staat als toelichting: “Denk aan aardwarmte, restwarmte of warmte uit water. We onderzoeken welke bronnen geschikt zijn en hoeveel warmte ze leveren.”

Daar past een kanttekening bij, en die komt uit de gemeente zelf. In de strategie duurzame collectieve warmtevoorziening staat: “Uit seismisch onderzoek naar aardwarmte (ook wel geothermie) dat afgelopen jaren in de regio is uitgevoerd, blijkt dat Zaanstad geen kansrijk gebied is voor warmtewinning uit aardwarmte.”

Wat volgens datzelfde stuk wél kansrijk is, is water: “Door de grote hoeveelheid wateren in en rondom Zaanstad is de potentie van aquathermie wel hoog gebleken. Deze lage temperatuurwarmte is echter niet geschikt om panden mee te verwarmen die niet goed zijn geïsoleerd.”

Die laatste bijzin is de praktische. Waar de bron kouder wordt, moet het gebouw beter worden. Dat is de volgorde waarin dit soort trajecten loopt: eerst de schil, dan de bron. Wij doen geen van beide — wij doen de installatie ertussenin — maar het is wel de reden waarom een collectieve oplossing in de Zaanstreek jaren duurt en niet maanden.

De Rosariumbuurt, waar de rekenmodellen uiteenliepen

Achterin de Transitievisie staat een bijlage waarin twee onafhankelijke rekenmodellen tegen elkaar zijn gelegd: het Warmtetransitiemodel en de landelijke Startanalyse. Van de uitkomst zegt het document: “Uit de vergelijking van de resultaten op buurtniveau blijkt dat 28 van de 40 buurten dezelfde uitkomst hebben in beide analyses. In 20 buurten is er een verschillende uitkomst.”

Die twee getallen tellen niet op tot veertig. Wij citeren wat er staat en rekenen het niet glad.

De Rosariumbuurt — een van de vier Krommenieër buurten uit de paragraaf hierboven — hoort bij die twintig. In de tabel staat het ene model op warmtenet en het andere op all electric, met de aantekening dat het warmtenet 10 tot 30 procent goedkoper uitvalt.

De conclusie legt uit waarom: “Het verschil in de Rosariumbuurt wordt waarschijnlijk verklaard doordat dit een buurt is met uiteenlopende bouwjaren en gebouwtypen.”

Dat is een verklaring die je in de straat terugziet. Waar bouwjaren door elkaar lopen, loopt ook de isolatiegraad door elkaar, en daarmee de temperatuur die een woning nodig heeft. Dat is precies de vraag die bij jouw installatie speelt, los van welk model gelijk krijgt.

Meedoen is geen verplichting, en dat staat er met naam bij

Er is één begrip dat je moet kennen voordat je hier over een collectieve oplossing meepraat, en het staat in het document onder een eigen kopje: “Om allerlei redenen zullen gebouweigenaren soms kiezen voor andere warmteopties dan in de rest van de buurt. Dit noemen we opt-out.”

De gemeente noemt vier situaties waarin dat gebeurt: bebouwing die sterk afwijkt van de rest van de buurt, bewonersinitiatieven die met iets anders willen pionieren, een pilotproject met een innovatieve techniek, en overige lokale omstandigheden.

En hoe de wet daarin staat: er wordt voorgesorteerd op een opt-out in de Wet collectieve warmtevoorziening, “waarbij gebouweigenaren mogen kiezen voor een alternatieve warmteoptie, mits zij aantonen dat hun alternatief duurzamer is dan de voorkeursoptie in de buurt”.

Dat is een voorwaarde, geen vrijbrief: je moet aantonen dat het alternatief duurzamer is. Maar het betekent wel dat een buurtkleur op een kaart geen aansluitplicht is.

De keerzijde staat er ook: “Alleen voor warmtenetten geldt dat er een bepaalde kritische massa moet zijn om deze optie mogelijk te maken.” In de Rosariumbuurt speelt dat concreet — als daar met een net begonnen wordt, ligt het volgens het document voor de hand om te kijken of echt alle gebouwen aansluiten of dat een aantal de opt-out gebruikt.

Wat er sinds 2021 gebeurd is, en wat er nog moet

De gemeente zet de stappen zelf op een rij op de projectpagina, en het is een nuchtere lijst. In 2021 werd de Transitievisie Warmte vastgesteld en werd Krommenie aangewezen als kansrijk gebied. In 2023 kwamen er samenwerkingsovereenkomsten met woningcorporaties en andere partners. In juli 2025 stemde de raad in met de startnotitie. Op 28 oktober 2025 ging er een update over het onderzoek van CE Delft naar de raad, waarvan de gemeente schrijft: “In dit onderzoek wordt per buurt bekeken welke warmte-alternatieven technisch en praktisch passen.” Op 12 en 19 november 2025 waren de eerste startbijeenkomsten.

Vier jaar tussen de visie en de eerste bewonersavond. Dat tempo is geen verwijt; het is de maatstaf waarmee je de rest moet lezen.

Wat er nog moet komen is het Zaans Warmteprogramma, dat het document uit 2021 vervangt. De gemeente omschrijft het zo: “Hierin staat per gebied wat voorlopig de beste oplossing is voor aardgasvrije verwarming en koeling.” Vaststelling staat in de planning voor december 2026, en de gemeente tekent erbij aan: “De definitieve keuzes worden later per gebied gemaakt.”

Voorlopig, en later per gebied. Zo staat het er, en zo lezen wij het ook.

Wat wij in Krommenie doen, en waar we stoppen

Krommenie ligt op ongeveer eenentwintig kilometer van onze standplaats in Landsmeer en is daarmee na Assendelft het verste punt van ons werkgebied. Van de 8.150 woningen wordt 91 procent met aardgas verwarmd: ruwweg 7.420 adressen. Er ligt geen warmtenet.

Wij plaatsen en onderhouden cv-ketels. Wij plaatsen geen warmtepompen en leggen geen warmtenetaansluitingen aan. Voor onafhankelijk advies over verduurzaming verwijst de gemeente op de Krommenieër projectpagina naar de WoonWijzerWinkel en naar Duurzaam Bouwloket; daar kun je een afspraak maken met een adviseur. Wij doen dat deel niet en verkopen geen subsidieadvies.

Met 37 procent appartementen is hier ongeveer een op de drie keer een VvE of beheerder in beeld. Loopt de afvoer via een gedeeld rookgaskanaal, dan ligt de toestelkeuze niet vrij en is dat kanaal van de vereniging — dan moet de opdracht daarvandaan komen.

Waar wij voor in aanmerking komen is werk dat gepland kan worden, en waar het uitmaakt wie het doet. Bij een storing hoor je aan de telefoon of eenentwintig kilometer vandaag haalbaar is. Is het antwoord nee, dan zeggen we dat meteen.

Waar dit op gebaseerd is

  1. Overheid.nlBesluit bouwwerken leefomgeving, artikel 6.45 — werkzaamheden aan verbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en rookgasafvoervoorzieningen

    De volgende werkzaamheden aan een gebouwgebonden gasverbrandingstoestel en bijbehorende voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas worden verricht door een certificaathouder.

    Geraadpleegd op

  2. Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB)Openbaar register certificaathouders CO

    Geraadpleegd op

Vragen over cv-ketel in Krommenie

Waarom is Krommenie een van de eerste Zaanse gebieden?

Om drie redenen die de gemeente zelf noemt, en die alle drie over schaal gaan. De eerste luidt: “Er zijn relatief veel woningen met gezamenlijke verwarming (blokverwarming).” De tweede is dat er duurzame warmtebronnen in de buurt zijn. De derde: “Parteon bezit meer dan 3.500 woningen in Krommenie.” Geen van drieën gaat over losse cv-ketels van eigenaar-bewoners.

Mijn straat staat niet bij die vier buurten. Val ik erbuiten?

Niet automatisch. Naast Snuiverbuurt, Rosariumbuurt, Noorderham en Zuiderham geldt volgens het document: “Het omliggende gebied is gearceerd aangeduid, omdat er in dit gebied per gebouw of per straat gekeken kan worden of het vastgoed mogelijk ook kan aansluiten op dit net.” Per gebouw of per straat, dus twee buren kunnen verschillend uitkomen.

Er staat dat je ketels beter niet kunt vervangen. Klopt dat?

Er staat iets specifiekers: “Om desinvesteringen te voorkomen is het dus vaak niet verstandig om complexmatig individuele ketels te vervangen (“verketelen”).” Het woord complexmatig is bepalend. Die zin richt zich op woningcorporaties en VvE’s die in één keer een heel complex zouden voorzien, niet op één huishouden met één toestel dat stuk is.

Wat betekent die 70°C uit het document voor mijn woning?

Voorlopig niets aan jouw toestel. Het gaat over de 900 collectief verwarmde woningen: die moeten volgens het document geschikt gemaakt worden voor verwarmen op 70°C, met isolatiemaatregelen erbij. Dat is werk aan gebouwen en aan een gezamenlijke installatie, waarover de eigenaar van het complex besluit.

Komt er aardwarmte onder Krommenie vandaan?

Daar zeggen twee gemeentelijke stukken niet hetzelfde over. De projectpagina noemt aardwarmte als denkrichting; de strategie duurzame collectieve warmtevoorziening schrijft dat uit seismisch onderzoek blijkt “dat Zaanstad geen kansrijk gebied is voor warmtewinning uit aardwarmte”. Voor water ligt het anders: de potentie van aquathermie is volgens dat stuk wel hoog gebleken.

Moet ik wachten met een nieuwe ketel tot het plan er is?

Het plan is er nog niet. Het Zaans Warmteprogramma staat in de planning voor december 2026, en de gemeente schrijft erbij: “De definitieve keuzes worden later per gebied gemaakt.” Tussen 2021 en de eerste bewonersavond in Krommenie zaten vier jaar. Een toestel dat stuk is of bijna op, vervang je wanneer dat nodig is.

Laatst bijgewerkt op

Cv-ketel nodig in Krommenie?

Vaak is in één gesprek duidelijk wat er nodig is.

Stuur een appjeWhatsApp ons